idk frame
 

Kathmandu en Chitwan National Park

Onze laatste week ging in…
We kwamen terug aan in the guesthouse van het monniken klooster maar wat een verschil! Terwijl we daarvoor zo goed als de enigste bewoners waren geweest van de guesthouse, zat het nu PROPVOL. Dat kwam doordat Pemala Dorjee Lama eveneens in de guesthouse was aangekomen en daar lezingen over de Boeddhistische filosofie gaf. Hij is dé monnik die de wereld rondtrekt om fondsen te werven, mensen te spreken over zijn projecten, etc. Zweden, Noren en Amerikanen kwamen af op zijn lezingen. Het feit dat er nu zoveel volk was had zo zijn voordelen… plots werd er massa’s voedsel geserveerd! Wat een fantastisch ontbijt met brood, confituur, choco, pindakaas, scrumbled eggs, pannenkoeken, cornflakes, fruit…gewoon een echt hotel! Je moet weten dat het zich ervoor beperkte tot een pannenkoek ofwel brood met pindakaas (wat we tevens ook al niet slecht vonden). Verder deden we die dag wat aan shopping in Bouddhanat.
De dag erop vertrokken we naar Chitwan national park. Er werd die dag gestaakt dus het was niet zeker of we wel op onze bestemming zouden geraken. Maar onze eeuwig voor alles zorgende Trinlay regelde een Tuktuk (ofzoiets :-/) waarmee we tot aan onze toeristenbus geraakten. Een rit van een dikke zes uur volgde en het landschap veranderde…de bergen verdwenen, de lucht werd heel warm en vochtig en het oerwoud kwam overal zo wat in zicht. We logeerden in Eden Jungle Resort. De tuin was wel een beetje de tuin van Eden; zoveel exotische bloemen! De kamertjes waren heel gewoon. De organisatie was barstslecht: er werd ons nooit iets gezegd en onze uiteindelijke gids leek zelf meer op een toerist . Lien en ik zijn dan eens goed ons beklag gaan doen en waren gaan zeggen dat we een ‘pro’ als gids wilden, iemand die er iets van afwist. In de avond verkenden we het dorp, zagen we onze eerste olifanten die bereden werden door mannetjes op blote voeten en gingen we naar een culturele show. Daar leerden we twee Israëlieten kenden waarmee we die avond nog een slechte cocktail zijn gaan drinken. (Het kan aan de bar liggen, maar het gerucht begon toen de ronde te doen dat de Nepalezen niet de beste cocktailshakers zijn, kan dit? )
De dag erop was beestig: Op de rug van een lieve vrouwelijke olifant – de mannetjes waren te gevaarlijk – trokken we door een stukje jungle op zoek naar dieren. We zagen jammer genoeg GEEN ENKELE NEUSHOORN – waar het park zo bekend om staat – maar wel Sambordieren, herten, pauwen die paringsdansen uitvoerden en vele vele vogels. Daarna mochten we een olifant wassen. Dit was een beetje off the record en daarom ook zo leuk! Met een pompje konden we een bakje met water vullen en de olifant zoog dit op en sproeide het vervolgens over zichzelf én ons uit- JEUUUUUJ, echt plezier! En dan mochten we haar schubben met stenen. Een vreemde huid die olifanten, met dikke haren op! En toen de moment surpreme: toen konden we de olifant zelfs kussen op haar slurf en eten geven.
In de namiddag volgde nog een kanotocht en een junglewalk: we zagen grote en kleine igrids, een ibis, gevaarlijke en minder gevaarlijke krokodillen, olifanten,… ‘s avonds aten we als afsluiter ons lekkerste dessert ooit in een prachtige bar waar een gigantische liefdestuin was aan vastgeknoopt. Het was verse warme chocoladepudding. Dat kan misschien doodgewoon klinken, maar we hadden al lang niet meer zo’n delicatesse gehad!
De volgende ochtend deden we nog een mooi sessietje bird watching. Echt fascinerend die vogels. Je hebt in Nepal zo’n 850 verschillende vogelsoorten waarvan er zo’n 500 in Chitwan terug te vinden zijn! En dan moesten we alweer terug naar Kathmandu. Opnieuw zes uur rijden… op de bus leerden we een super hip Israëlisch koppel kennen. Israëlische mensen zijn echt de max! Die doen niets anders dan reizen.
Onze laatste dagje deden we niet meer zoveel. Een van Pema’s lezingen volgen – super interessant! – Afscheid nemen van onze nieuwe Nepalese vrienden, nog wat inkopen doen in Bouddhanat. ‘s Avonds was het OUDJAAR! Jawel! De laatste dag van het jaar 2068 en we gingen dineren met Trinlay en Jigmey in een mega goed restaurant. Lien at een Shysler (mega heet vlees dat nog pruttelt wanneer ze het serveren), Kimberly at gebakken kip en Jasperina een beafstukje Buffel met was frietjes . Het was nog een mega leuke avond, want Trinlay had ons naar een hippe plaats meegenomen. Daar zagen we voor het eerst mega opgetutte nepalesen, plots was alles heel westers, waardoor we met onze eigen vuile kleren – na Ratankot nooit meer echt proper geraakt- behoorlijk uit de toon vielen. Maar dat trokken we ons niet aan!
Op Nayabarsa of Nepalees nieuwjaar – het jaar 2069 – vertrokken we uiteindelijk naar de luchthaven. Daar vergat ik ergens bij de douna mijn trui en mijn jas en merkte dit natuurlijk pas op wanneer de deuren van ons eerste vliegtuig dichtgingen. “Scuseme mam, too late now.” Twee uur vliegen tot in Delhi, dan negen uur wachten in de superdeluxe luchthaven van Delhi waar we er in slaagden met zo’n wagentje vervoerd te worden– woehoe! – dan nog zeven uur vliegen en toen was het 1 graad celcius en wisten we dat we terug met onze voeten op Belgische bodem waren.

Kathmandu en Chitwan National Park
Kathmandu en Chitwan National Park